Vervoeging van bemuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bemuren
to fortify with a wall, to wall
weak
Tegenwoordige tijd (ik)bemuur
Verleden tijd (ik)bemuurde
Voltooid deelwoordbemuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord bemuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bemuur
jij bemuurt (inversie: bemuur jij)
u bemuurt
hij/zij/het bemuurt
wij bemuren
jullie bemuren
zij bemuren

Verleden tijd

ik bemuurde
jij bemuurde
u bemuurde
hij/zij/het bemuurde
wij bemuurden
jullie bemuurden
zij bemuurden

Gebiedende wijs

Imperatief

bemuur

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bemuren

Gerundium

bemuren

Onvoltooid deelwoord

bemurend

Voltooid deelwoord

bemuurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.