2 verschillende werkwoorden « bemalen »:
bemalen — to drain (a polder, or other piece of la · bemalen — to paint, apply paint to
to drain (a polder, or other piece of land or body of water) by means of mills or pump houses
Tegenwoordige tijd (ik)bemaal
Verleden tijd (ik)bemaalde
Voltooid deelwoordbemalen
Volledige vervoeging van het werkwoord bemalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bemaal
jij bemaalt (inversie: bemaal jij)
u bemaalt
hij/zij/het bemaalt
wij bemalen
jullie bemalen
zij bemalen
Verleden tijd
ik bemaalde
jij bemaalde
u bemaalde
hij/zij/het bemaalde
wij bemaalden
jullie bemaalden
zij bemaalden
Gebiedende wijs
Imperatief
bemaal
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bemalen
Gerundium
bemalen
Onvoltooid deelwoord
bemalend
Voltooid deelwoord
bemalen
to paint, apply paint to
Tegenwoordige tijd (ik)bemaal
Verleden tijd (ik)bemaalde
Voltooid deelwoordbemaald
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bemaal
jij bemaalt (inversie: bemaal jij)
u bemaalt
hij/zij/het bemaalt
wij bemalen
jullie bemalen
zij bemalen
Verleden tijd
ik bemaalde
jij bemaalde
u bemaalde
hij/zij/het bemaalde
wij bemaalden
jullie bemaalden
zij bemaalden
Gebiedende wijs
Imperatief
bemaal
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bemalen
Gerundium
bemalen
Onvoltooid deelwoord
bemalend
Voltooid deelwoord
bemaald
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.