to reprimand, to criticise (now usually connoting pedantry)
Tegenwoordige tijd (ik)beleer
Verleden tijd (ik)beleerde
Voltooid deelwoordbeleerd
Volledige vervoeging van het werkwoord beleren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik beleer
jij beleert (inversie: beleer jij)
u beleert
hij/zij/het beleert
wij beleren
jullie beleren
zij beleren
Verleden tijd
ik beleerde
jij beleerde
u beleerde
hij/zij/het beleerde
wij beleerden
jullie beleerden
zij beleerden
Gebiedende wijs
Imperatief
beleer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beleren
Gerundium
beleren
Onvoltooid deelwoord
belerend
Voltooid deelwoord
beleerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.