Vervoeging van belemmen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

belemmen
to hinder
weak
Tegenwoordige tijd (ik)belem
Verleden tijd (ik)belemde
Voltooid deelwoordbelemd
Volledige vervoeging van het werkwoord belemmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik belem
jij belemt (inversie: belem jij)
u belemt
hij/zij/het belemt
wij belemmen
jullie belemmen
zij belemmen

Verleden tijd

ik belemde
jij belemde
u belemde
hij/zij/het belemde
wij belemden
jullie belemden
zij belemden

Gebiedende wijs

Imperatief

belem

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

belemmen

Gerundium

belemmen

Onvoltooid deelwoord

belemmend

Voltooid deelwoord

belemd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.