to cover, smear, butter, spread over (e.g. a piece of bread with butter and jam)
Tegenwoordige tijd (ik)beleg
Verleden tijd (ik)belegde
Voltooid deelwoordbelegd
Volledige vervoeging van het werkwoord beleggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik beleg
jij belegt (inversie: beleg jij)
u belegt
hij/zij/het belegt
wij beleggen
jullie beleggen
zij beleggen
Verleden tijd
ik belegde
jij belegde
u belegde
hij/zij/het belegde
wij belegden
jullie belegden
zij belegden
Gebiedende wijs
Imperatief
beleg
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beleggen
Gerundium
beleggen
Onvoltooid deelwoord
beleggend
Voltooid deelwoord
belegd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.