2 verschillende werkwoorden « bekrijten »:
bekrijten — to bemourn, to beweep · bekrijten — to chalk, to apply chalk to, to cover wi
to bemourn, to beweep
Tegenwoordige tijd (ik)bekrijt
Verleden tijd (ik)bekreet
Voltooid deelwoordbekreten
Volledige vervoeging van het werkwoord bekrijten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bekrijt
jij bekrijt
u bekrijt
hij/zij/het bekrijt
wij bekrijten
jullie bekrijten
zij bekrijten
Verleden tijd
ik bekreet
jij bekreet
u bekreet
hij/zij/het bekreet
wij bekreten
jullie bekreten
zij bekreten
Gebiedende wijs
Imperatief
bekrijt
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bekrijten
Gerundium
bekrijten
Onvoltooid deelwoord
bekrijtend
Voltooid deelwoord
bekreten
to chalk, to apply chalk to, to cover with chalk
Tegenwoordige tijd (ik)bekrijt
Verleden tijd (ik)bekrijtte
Voltooid deelwoordbekrijt
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bekrijt
jij bekrijt
u bekrijt
hij/zij/het bekrijt
wij bekrijten
jullie bekrijten
zij bekrijten
Verleden tijd
ik bekrijtte
jij bekrijtte
u bekrijtte
hij/zij/het bekrijtte
wij bekrijtten
jullie bekrijtten
zij bekrijtten
Gebiedende wijs
Imperatief
bekrijt
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bekrijten
Gerundium
bekrijten
Onvoltooid deelwoord
bekrijtend
Voltooid deelwoord
bekrijt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.