to stain (to coat with a stain)
Tegenwoordige tijd (ik)beits
Verleden tijd (ik)beitste
Voltooid deelwoordgebeitst
Volledige vervoeging van het werkwoord beitsen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik beits
jij beitst (inversie: beits jij)
u beitst
hij/zij/het beitst
wij beitsen
jullie beitsen
zij beitsen
Verleden tijd
ik beitste
jij beitste
u beitste
hij/zij/het beitste
wij beitsten
jullie beitsten
zij beitsten
Gebiedende wijs
Imperatief
beits
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
beitsen
Gerundium
beitsen
Onvoltooid deelwoord
beitsend
Voltooid deelwoord
gebeitst
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.