Vervoeging van beethebben

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

beethebben
to hold, grip
irregular separable weak
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)heb beet
Verleden tijd (ik)had beet
Voltooid deelwoordbeetgehad
Volledige vervoeging van het werkwoord beethebben: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik heb beet
jij hebt beet (inversie: heb beet jij)
u hebt beet / heeft beet
hij/zij/het heeft beet
wij hebben beet
jullie hebben beet
zij hebben beet

Verleden tijd

ik had beet
jij had beet
u had beet
hij/zij/het had beet
wij hadden beet
jullie hadden beet
zij hadden beet

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik beetheb
(dat) jij beethebt
(dat) u beethebt / beetheeft
(dat) hij/zij/het beetheeft
(dat) wij beethebben
(dat) jullie beethebben
(dat) zij beethebben

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik beethad
(dat) jij beethad
(dat) u beethad
(dat) hij/zij/het beethad
(dat) wij beethadden
(dat) jullie beethadden
(dat) zij beethadden

Gebiedende wijs

Imperatief

heb beet

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beethebben

Gerundium

beethebben

Onvoltooid deelwoord

beethebbend

Voltooid deelwoord

beetgehad

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.