Vervoeging van beduchten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

beduchten
to fear
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beducht
Verleden tijd (ik)beduchtte
Voltooid deelwoordbeducht
Volledige vervoeging van het werkwoord beduchten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beducht
jij beducht
u beducht
hij/zij/het beducht
wij beduchten
jullie beduchten
zij beduchten

Verleden tijd

ik beduchtte
jij beduchtte
u beduchtte
hij/zij/het beduchtte
wij beduchtten
jullie beduchtten
zij beduchtten

Gebiedende wijs

Imperatief

beducht

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beduchten

Gerundium

beduchten

Onvoltooid deelwoord

beduchtend

Voltooid deelwoord

beducht

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.