Vervoeging van bedriegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

bedriegen
to deceive
strong
Tegenwoordige tijd (ik)bedrieg
Verleden tijd (ik)bedroog
Voltooid deelwoordbedrogen
Volledige vervoeging van het werkwoord bedriegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bedrieg
jij bedriegt (inversie: bedrieg jij)
u bedriegt
hij/zij/het bedriegt
wij bedriegen
jullie bedriegen
zij bedriegen

Verleden tijd

ik bedroog
jij bedroog
u bedroog
hij/zij/het bedroog
wij bedrogen
jullie bedrogen
zij bedrogen

Gebiedende wijs

Imperatief

bedrieg

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

bedriegen

Gerundium

bedriegen

Onvoltooid deelwoord

bedriegend

Voltooid deelwoord

bedrogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.