to intend, to have an aim
Tegenwoordige tijd (ik)bedoel
Verleden tijd (ik)bedoelde
Voltooid deelwoordbedoeld
Volledige vervoeging van het werkwoord bedoelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bedoel
jij bedoelt (inversie: bedoel jij)
u bedoelt
hij/zij/het bedoelt
wij bedoelen
jullie bedoelen
zij bedoelen
Verleden tijd
ik bedoelde
jij bedoelde
u bedoelde
hij/zij/het bedoelde
wij bedoelden
jullie bedoelden
zij bedoelden
Gebiedende wijs
Imperatief
bedoel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bedoelen
Gerundium
bedoelen
Onvoltooid deelwoord
bedoelend
Voltooid deelwoord
bedoeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.