2 verschillende werkwoorden « bedelen »:
bedelen — to beg for alms or handouts, to panhandl · bedelen — to assign, to attribute, to impart, to e
to beg for alms or handouts, to panhandle
Tegenwoordige tijd (ik)bedel
Verleden tijd (ik)bedelde
Voltooid deelwoordgebedeld
Volledige vervoeging van het werkwoord bedelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bedel
jij bedelt (inversie: bedel jij)
u bedelt
hij/zij/het bedelt
wij bedelen
jullie bedelen
zij bedelen
Verleden tijd
ik bedelde
jij bedelde
u bedelde
hij/zij/het bedelde
wij bedelden
jullie bedelden
zij bedelden
Gebiedende wijs
Imperatief
bedel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bedelen
Gerundium
bedelen
Onvoltooid deelwoord
bedelend
Voltooid deelwoord
gebedeld
to assign, to attribute, to impart, to endow
Tegenwoordige tijd (ik)bedeel
Verleden tijd (ik)bedeelde
Voltooid deelwoordbedeeld
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik bedeel
jij bedeelt (inversie: bedeel jij)
u bedeelt
hij/zij/het bedeelt
wij bedelen
jullie bedelen
zij bedelen
Verleden tijd
ik bedeelde
jij bedeelde
u bedeelde
hij/zij/het bedeelde
wij bedeelden
jullie bedeelden
zij bedeelden
Gebiedende wijs
Imperatief
bedeel
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bedelen
Gerundium
bedelen
Onvoltooid deelwoord
bedelend
Voltooid deelwoord
bedeeld
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.