Vervoeging van beamen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

2 verschillende werkwoorden « beamen »: beamen — to say, reply 'amen' after an uttering, · beamen — to (transport by) beam; mainly used in s
beamen
to say, reply 'amen' after an uttering, notably in prayer or liturgy (especially in a responsory)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beaam
Verleden tijd (ik)beaamde
Voltooid deelwoordbeaamd
Volledige vervoeging van het werkwoord beamen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beaam
jij beaamt (inversie: beaam jij)
u beaamt
hij/zij/het beaamt
wij beamen
jullie beamen
zij beamen

Verleden tijd

ik beaamde
jij beaamde
u beaamde
hij/zij/het beaamde
wij beaamden
jullie beaamden
zij beaamden

Gebiedende wijs

Imperatief

beaam

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beamen

Gerundium

beamen

Onvoltooid deelwoord

beamend

Voltooid deelwoord

beaamd
beamen
to (transport by) beam; mainly used in science fiction context
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beam
Verleden tijd (ik)beamde
Voltooid deelwoordgebeamd

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beam
jij beamt (inversie: beam jij)
u beamt
hij/zij/het beamt
wij beamen
jullie beamen
zij beamen

Verleden tijd

ik beamde
jij beamde
u beamde
hij/zij/het beamde
wij beamden
jullie beamden
zij beamden

Gebiedende wijs

Imperatief

beam

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beamen

Gerundium

beamen

Onvoltooid deelwoord

beamend

Voltooid deelwoord

gebeamd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.