Vervoeging van beëdigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

beëdigen
to swear in, to give an oath to
weak
Tegenwoordige tijd (ik)beëdig
Verleden tijd (ik)beëdigde
Voltooid deelwoordbeëdigd
Volledige vervoeging van het werkwoord beëdigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beëdig
jij beëdigt (inversie: beëdig jij)
u beëdigt
hij/zij/het beëdigt
wij beëdigen
jullie beëdigen
zij beëdigen

Verleden tijd

ik beëdigde
jij beëdigde
u beëdigde
hij/zij/het beëdigde
wij beëdigden
jullie beëdigden
zij beëdigden

Gebiedende wijs

Imperatief

beëdig

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

beëdigen

Gerundium

beëdigen

Onvoltooid deelwoord

beëdigend

Voltooid deelwoord

beëdigd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.