2 verschillende werkwoorden « bannen »:
bannen — to expel, drive off · bannen — to ban (an IP address)
to expel, drive off
Tegenwoordige tijd (ik)ban
Verleden tijd (ik)bande
Voltooid deelwoordgebannen
Volledige vervoeging van het werkwoord bannen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ban
jij bant (inversie: ban jij)
u bant
hij/zij/het bant
wij bannen
jullie bannen
zij bannen
Verleden tijd
ik bande
jij bande
u bande
hij/zij/het bande
wij banden
jullie banden
zij banden
Gebiedende wijs
Imperatief
ban
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bannen
Gerundium
bannen
Onvoltooid deelwoord
bannend
Voltooid deelwoord
gebannen
to ban (an IP address)
Tegenwoordige tijd (ik)ban
Verleden tijd (ik)bande
Voltooid deelwoordgeband
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik ban
jij bant (inversie: ban jij)
u bant
hij/zij/het bant
wij bannen
jullie bannen
zij bannen
Verleden tijd
ik bande
jij bande
u bande
hij/zij/het bande
wij banden
jullie banden
zij banden
Gebiedende wijs
Imperatief
ban
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
bannen
Gerundium
bannen
Onvoltooid deelwoord
bannend
Voltooid deelwoord
geband
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.