Vervoeging van badderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

badderen
to swim or play in water
weak
Tegenwoordige tijd (ik)badder
Verleden tijd (ik)badderde
Voltooid deelwoordgebadderd
Volledige vervoeging van het werkwoord badderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik badder
jij baddert (inversie: badder jij)
u baddert
hij/zij/het baddert
wij badderen
jullie badderen
zij badderen

Verleden tijd

ik badderde
jij badderde
u badderde
hij/zij/het badderde
wij badderden
jullie badderden
zij badderden

Gebiedende wijs

Imperatief

badder

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

badderen

Gerundium

badderen

Onvoltooid deelwoord

badderend

Voltooid deelwoord

gebadderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.