Vervoeging van babbelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

babbelen
to chatter, to chit-chat, to talk casually
weak
Tegenwoordige tijd (ik)babbel
Verleden tijd (ik)babbelde
Voltooid deelwoordgebabbeld
Volledige vervoeging van het werkwoord babbelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik babbel
jij babbelt (inversie: babbel jij)
u babbelt
hij/zij/het babbelt
wij babbelen
jullie babbelen
zij babbelen

Verleden tijd

ik babbelde
jij babbelde
u babbelde
hij/zij/het babbelde
wij babbelden
jullie babbelden
zij babbelden

Gebiedende wijs

Imperatief

babbel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

babbelen

Gerundium

babbelen

Onvoltooid deelwoord

babbelend

Voltooid deelwoord

gebabbeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.