Vervoeging van arroseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

arroseren
to baste (meat), sprinkle (e.g. a cake with icing sugar)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)arroseer
Verleden tijd (ik)arroseerde
Voltooid deelwoordgearroseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord arroseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik arroseer
jij arroseert (inversie: arroseer jij)
u arroseert
hij/zij/het arroseert
wij arroseren
jullie arroseren
zij arroseren

Verleden tijd

ik arroseerde
jij arroseerde
u arroseerde
hij/zij/het arroseerde
wij arroseerden
jullie arroseerden
zij arroseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

arroseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

arroseren

Gerundium

arroseren

Onvoltooid deelwoord

arroserend

Voltooid deelwoord

gearroseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.