Vervoeging van argumenteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

argumenteren
to argue
weak
Tegenwoordige tijd (ik)argumenteer
Verleden tijd (ik)argumenteerde
Voltooid deelwoordgeargumenteerd
Volledige vervoeging van het werkwoord argumenteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik argumenteer
jij argumenteert (inversie: argumenteer jij)
u argumenteert
hij/zij/het argumenteert
wij argumenteren
jullie argumenteren
zij argumenteren

Verleden tijd

ik argumenteerde
jij argumenteerde
u argumenteerde
hij/zij/het argumenteerde
wij argumenteerden
jullie argumenteerden
zij argumenteerden

Gebiedende wijs

Imperatief

argumenteer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

argumenteren

Gerundium

argumenteren

Onvoltooid deelwoord

argumenterend

Voltooid deelwoord

geargumenteerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.