Vervoeging van anticiperen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

anticiperen
to anticipate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)anticipeer
Verleden tijd (ik)anticipeerde
Voltooid deelwoordgeanticipeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord anticiperen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik anticipeer
jij anticipeert (inversie: anticipeer jij)
u anticipeert
hij/zij/het anticipeert
wij anticiperen
jullie anticiperen
zij anticiperen

Verleden tijd

ik anticipeerde
jij anticipeerde
u anticipeerde
hij/zij/het anticipeerde
wij anticipeerden
jullie anticipeerden
zij anticipeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

anticipeer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

anticiperen

Gerundium

anticiperen

Onvoltooid deelwoord

anticiperend

Voltooid deelwoord

geanticipeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.