Vervoeging van ambiëren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ambiëren
to aspire to
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ambieer
Verleden tijd (ik)ambieerde
Voltooid deelwoordgeambieerd
Volledige vervoeging van het werkwoord ambiëren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ambieer
jij ambieert (inversie: ambieer jij)
u ambieert
hij/zij/het ambieert
wij ambiëren
jullie ambiëren
zij ambiëren

Verleden tijd

ik ambieerde
jij ambieerde
u ambieerde
hij/zij/het ambieerde
wij ambieerden
jullie ambieerden
zij ambieerden

Gebiedende wijs

Imperatief

ambieer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ambiëren

Gerundium

ambiëren

Onvoltooid deelwoord

ambiërend

Voltooid deelwoord

geambieerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.