Vervoeging van ambeteren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

ambeteren
to annoy, gall
weak
Tegenwoordige tijd (ik)ambeteer
Verleden tijd (ik)ambeteerde
Voltooid deelwoordgeambeteerd
Volledige vervoeging van het werkwoord ambeteren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ambeteer
jij ambeteert (inversie: ambeteer jij)
u ambeteert
hij/zij/het ambeteert
wij ambeteren
jullie ambeteren
zij ambeteren

Verleden tijd

ik ambeteerde
jij ambeteerde
u ambeteerde
hij/zij/het ambeteerde
wij ambeteerden
jullie ambeteerden
zij ambeteerden

Gebiedende wijs

Imperatief

ambeteer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

ambeteren

Gerundium

ambeteren

Onvoltooid deelwoord

ambeterend

Voltooid deelwoord

geambeteerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.