Vervoeging van afzweren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzweren
to abjure, swear off
present separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zweer af
Verleden tijd (ik)zwoer af
Voltooid deelwoordafgezworen
Volledige vervoeging van het werkwoord afzweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zweer af
jij zweert af (inversie: zweer af jij)
u zweert af
hij/zij/het zweert af
wij zweren af
jullie zweren af
zij zweren af

Verleden tijd

ik zwoer af
jij zwoer af
u zwoer af
hij/zij/het zwoer af
wij zwoeren af
jullie zwoeren af
zij zwoeren af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzweer
(dat) jij afzweert
(dat) u afzweert
(dat) hij/zij/het afzweert
(dat) wij afzweren
(dat) jullie afzweren
(dat) zij afzweren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzwoer
(dat) jij afzwoer
(dat) u afzwoer
(dat) hij/zij/het afzwoer
(dat) wij afzwoeren
(dat) jullie afzwoeren
(dat) zij afzwoeren

Gebiedende wijs

Imperatief

zweer af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzweren

Gerundium

afzweren

Onvoltooid deelwoord

afzwerend

Voltooid deelwoord

afgezworen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.