Vervoeging van afzuigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzuigen
to suck off
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zuig af
Verleden tijd (ik)zoog af
Voltooid deelwoordafgezogen
Volledige vervoeging van het werkwoord afzuigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zuig af
jij zuigt af (inversie: zuig af jij)
u zuigt af
hij/zij/het zuigt af
wij zuigen af
jullie zuigen af
zij zuigen af

Verleden tijd

ik zoog af
jij zoog af
u zoog af
hij/zij/het zoog af
wij zogen af
jullie zogen af
zij zogen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzuig
(dat) jij afzuigt
(dat) u afzuigt
(dat) hij/zij/het afzuigt
(dat) wij afzuigen
(dat) jullie afzuigen
(dat) zij afzuigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzoog
(dat) jij afzoog
(dat) u afzoog
(dat) hij/zij/het afzoog
(dat) wij afzogen
(dat) jullie afzogen
(dat) zij afzogen

Gebiedende wijs

Imperatief

zuig af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzuigen

Gerundium

afzuigen

Onvoltooid deelwoord

afzuigend

Voltooid deelwoord

afgezogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.