Vervoeging van afzingen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzingen
to sing to completion
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zing af
Verleden tijd (ik)zong af
Voltooid deelwoordafgezongen
Volledige vervoeging van het werkwoord afzingen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zing af
jij zingt af (inversie: zing af jij)
u zingt af
hij/zij/het zingt af
wij zingen af
jullie zingen af
zij zingen af

Verleden tijd

ik zong af
jij zong af
u zong af
hij/zij/het zong af
wij zongen af
jullie zongen af
zij zongen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzing
(dat) jij afzingt
(dat) u afzingt
(dat) hij/zij/het afzingt
(dat) wij afzingen
(dat) jullie afzingen
(dat) zij afzingen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzong
(dat) jij afzong
(dat) u afzong
(dat) hij/zij/het afzong
(dat) wij afzongen
(dat) jullie afzongen
(dat) zij afzongen

Gebiedende wijs

Imperatief

zing af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzingen

Gerundium

afzingen

Onvoltooid deelwoord

afzingend

Voltooid deelwoord

afgezongen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.