Vervoeging van afzien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzien
to give up, to relinquish
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)zie af
Verleden tijd (ik)zag af
Voltooid deelwoordafgezien
Volledige vervoeging van het werkwoord afzien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zie af
jij ziet af (inversie: zie af jij)
u ziet af
hij/zij/het ziet af
wij zien af
jullie zien af
zij zien af

Verleden tijd

ik zag af
jij zag af
u zag af
hij/zij/het zag af
wij zagen af
jullie zagen af
zij zagen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzie
(dat) jij afziet
(dat) u afziet
(dat) hij/zij/het afziet
(dat) wij afzien
(dat) jullie afzien
(dat) zij afzien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzag
(dat) jij afzag
(dat) u afzag
(dat) hij/zij/het afzag
(dat) wij afzagen
(dat) jullie afzagen
(dat) zij afzagen

Gebiedende wijs

Imperatief

zie af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzien

Gerundium

afzien

Onvoltooid deelwoord

afziend

Voltooid deelwoord

afgezien

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.