Vervoeging van afzeiken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzeiken
to criticise harshly, to ridicule
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zeik af
Verleden tijd (ik)zeikte af
Voltooid deelwoordafgezeikt
Volledige vervoeging van het werkwoord afzeiken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeik af
jij zeikt af (inversie: zeik af jij)
u zeikt af
hij/zij/het zeikt af
wij zeiken af
jullie zeiken af
zij zeiken af

Verleden tijd

ik zeikte af
jij zeikte af
u zeikte af
hij/zij/het zeikte af
wij zeikten af
jullie zeikten af
zij zeikten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzeik
(dat) jij afzeikt
(dat) u afzeikt
(dat) hij/zij/het afzeikt
(dat) wij afzeiken
(dat) jullie afzeiken
(dat) zij afzeiken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzeikte
(dat) jij afzeikte
(dat) u afzeikte
(dat) hij/zij/het afzeikte
(dat) wij afzeikten
(dat) jullie afzeikten
(dat) zij afzeikten

Gebiedende wijs

Imperatief

zeik af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzeiken

Gerundium

afzeiken

Onvoltooid deelwoord

afzeikend

Voltooid deelwoord

afgezeikt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.