Vervoeging van afzakken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afzakken
to drop down, to come down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zak af
Verleden tijd (ik)zakte af
Voltooid deelwoordafgezakt
Volledige vervoeging van het werkwoord afzakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zak af
jij zakt af (inversie: zak af jij)
u zakt af
hij/zij/het zakt af
wij zakken af
jullie zakken af
zij zakken af

Verleden tijd

ik zakte af
jij zakte af
u zakte af
hij/zij/het zakte af
wij zakten af
jullie zakten af
zij zakten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afzak
(dat) jij afzakt
(dat) u afzakt
(dat) hij/zij/het afzakt
(dat) wij afzakken
(dat) jullie afzakken
(dat) zij afzakken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afzakte
(dat) jij afzakte
(dat) u afzakte
(dat) hij/zij/het afzakte
(dat) wij afzakten
(dat) jullie afzakten
(dat) zij afzakten

Gebiedende wijs

Imperatief

zak af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afzakken

Gerundium

afzakken

Onvoltooid deelwoord

afzakkend

Voltooid deelwoord

afgezakt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.