Vervoeging van afwijken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afwijken
to go away, to leave
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wijk af
Verleden tijd (ik)week af
Voltooid deelwoordafgeweken
Volledige vervoeging van het werkwoord afwijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wijk af
jij wijkt af (inversie: wijk af jij)
u wijkt af
hij/zij/het wijkt af
wij wijken af
jullie wijken af
zij wijken af

Verleden tijd

ik week af
jij week af
u week af
hij/zij/het week af
wij weken af
jullie weken af
zij weken af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afwijk
(dat) jij afwijkt
(dat) u afwijkt
(dat) hij/zij/het afwijkt
(dat) wij afwijken
(dat) jullie afwijken
(dat) zij afwijken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afweek
(dat) jij afweek
(dat) u afweek
(dat) hij/zij/het afweek
(dat) wij afweken
(dat) jullie afweken
(dat) zij afweken

Gebiedende wijs

Imperatief

wijk af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afwijken

Gerundium

afwijken

Onvoltooid deelwoord

afwijkend

Voltooid deelwoord

afgeweken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.