Vervoeging van afweten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afweten
to be knowledgeable
present separable
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)weet af
Verleden tijd (ik)wist af
Voltooid deelwoordafgeweten
Volledige vervoeging van het werkwoord afweten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik weet af
jij weet af
u weet af
hij/zij/het weet af
wij weten af
jullie weten af
zij weten af

Verleden tijd

ik wist af
jij wist af
u wist af
hij/zij/het wist af
wij wisten af
jullie wisten af
zij wisten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afweet
(dat) jij afweet
(dat) u afweet
(dat) hij/zij/het afweet
(dat) wij afweten
(dat) jullie afweten
(dat) zij afweten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afwist
(dat) jij afwist
(dat) u afwist
(dat) hij/zij/het afwist
(dat) wij afwisten
(dat) jullie afwisten
(dat) zij afwisten

Gebiedende wijs

Imperatief

weet af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afweten

Gerundium

afweten

Onvoltooid deelwoord

afwetend

Voltooid deelwoord

afgeweten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.