Vervoeging van afweren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afweren
to ward off
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)weer af
Verleden tijd (ik)weerde af
Voltooid deelwoordafgeweerd
Volledige vervoeging van het werkwoord afweren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik weer af
jij weert af (inversie: weer af jij)
u weert af
hij/zij/het weert af
wij weren af
jullie weren af
zij weren af

Verleden tijd

ik weerde af
jij weerde af
u weerde af
hij/zij/het weerde af
wij weerden af
jullie weerden af
zij weerden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afweer
(dat) jij afweert
(dat) u afweert
(dat) hij/zij/het afweert
(dat) wij afweren
(dat) jullie afweren
(dat) zij afweren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afweerde
(dat) jij afweerde
(dat) u afweerde
(dat) hij/zij/het afweerde
(dat) wij afweerden
(dat) jullie afweerden
(dat) zij afweerden

Gebiedende wijs

Imperatief

weer af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afweren

Gerundium

afweren

Onvoltooid deelwoord

afwerend

Voltooid deelwoord

afgeweerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.