Vervoeging van afwegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afwegen
to weigh, to determine the weight of
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)weeg af
Verleden tijd (ik)woog af
Voltooid deelwoordafgewogen
Volledige vervoeging van het werkwoord afwegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik weeg af
jij weegt af (inversie: weeg af jij)
u weegt af
hij/zij/het weegt af
wij wegen af
jullie wegen af
zij wegen af

Verleden tijd

ik woog af
jij woog af
u woog af
hij/zij/het woog af
wij wogen af
jullie wogen af
zij wogen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afweeg
(dat) jij afweegt
(dat) u afweegt
(dat) hij/zij/het afweegt
(dat) wij afwegen
(dat) jullie afwegen
(dat) zij afwegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afwoog
(dat) jij afwoog
(dat) u afwoog
(dat) hij/zij/het afwoog
(dat) wij afwogen
(dat) jullie afwogen
(dat) zij afwogen

Gebiedende wijs

Imperatief

weeg af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afwegen

Gerundium

afwegen

Onvoltooid deelwoord

afwegend

Voltooid deelwoord

afgewogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.