Vervoeging van afwateren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afwateren
to drain, to remove water (from)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)water af
Verleden tijd (ik)waterde af
Voltooid deelwoordafgewaterd
Volledige vervoeging van het werkwoord afwateren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik water af
jij watert af (inversie: water af jij)
u watert af
hij/zij/het watert af
wij wateren af
jullie wateren af
zij wateren af

Verleden tijd

ik waterde af
jij waterde af
u waterde af
hij/zij/het waterde af
wij waterden af
jullie waterden af
zij waterden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afwater
(dat) jij afwatert
(dat) u afwatert
(dat) hij/zij/het afwatert
(dat) wij afwateren
(dat) jullie afwateren
(dat) zij afwateren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afwaterde
(dat) jij afwaterde
(dat) u afwaterde
(dat) hij/zij/het afwaterde
(dat) wij afwaterden
(dat) jullie afwaterden
(dat) zij afwaterden

Gebiedende wijs

Imperatief

water af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afwateren

Gerundium

afwateren

Onvoltooid deelwoord

afwaterend

Voltooid deelwoord

afgewaterd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.