Vervoeging van afvissen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afvissen
to cover an entire stretch of water in one's fishing (takes bodies of water as the direct object)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vis af
Verleden tijd (ik)viste af
Voltooid deelwoordafgevist
Volledige vervoeging van het werkwoord afvissen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vis af
jij vist af (inversie: vis af jij)
u vist af
hij/zij/het vist af
wij vissen af
jullie vissen af
zij vissen af

Verleden tijd

ik viste af
jij viste af
u viste af
hij/zij/het viste af
wij visten af
jullie visten af
zij visten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afvis
(dat) jij afvist
(dat) u afvist
(dat) hij/zij/het afvist
(dat) wij afvissen
(dat) jullie afvissen
(dat) zij afvissen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afviste
(dat) jij afviste
(dat) u afviste
(dat) hij/zij/het afviste
(dat) wij afvisten
(dat) jullie afvisten
(dat) zij afvisten

Gebiedende wijs

Imperatief

vis af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afvissen

Gerundium

afvissen

Onvoltooid deelwoord

afvissend

Voltooid deelwoord

afgevist

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.