Vervoeging van afvaren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afvaren
to set sail, sail off
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)vaar af
Verleden tijd (ik)voer af
Voltooid deelwoordafgevaren
Volledige vervoeging van het werkwoord afvaren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik vaar af
jij vaart af (inversie: vaar af jij)
u vaart af
hij/zij/het vaart af
wij varen af
jullie varen af
zij varen af

Verleden tijd

ik voer af
jij voer af
u voer af
hij/zij/het voer af
wij voeren af
jullie voeren af
zij voeren af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afvaar
(dat) jij afvaart
(dat) u afvaart
(dat) hij/zij/het afvaart
(dat) wij afvaren
(dat) jullie afvaren
(dat) zij afvaren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afvoer
(dat) jij afvoer
(dat) u afvoer
(dat) hij/zij/het afvoer
(dat) wij afvoeren
(dat) jullie afvoeren
(dat) zij afvoeren

Gebiedende wijs

Imperatief

vaar af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afvaren

Gerundium

afvaren

Onvoltooid deelwoord

afvarend

Voltooid deelwoord

afgevaren

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.