Vervoeging van aftobben

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aftobben
to wear oneself out by worrying
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)tob af
Verleden tijd (ik)tobde af
Voltooid deelwoordafgetobd
Volledige vervoeging van het werkwoord aftobben: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik tob af
jij tobt af (inversie: tob af jij)
u tobt af
hij/zij/het tobt af
wij tobben af
jullie tobben af
zij tobben af

Verleden tijd

ik tobde af
jij tobde af
u tobde af
hij/zij/het tobde af
wij tobden af
jullie tobden af
zij tobden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aftob
(dat) jij aftobt
(dat) u aftobt
(dat) hij/zij/het aftobt
(dat) wij aftobben
(dat) jullie aftobben
(dat) zij aftobben

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aftobde
(dat) jij aftobde
(dat) u aftobde
(dat) hij/zij/het aftobde
(dat) wij aftobden
(dat) jullie aftobden
(dat) zij aftobden

Gebiedende wijs

Imperatief

tob af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aftobben

Gerundium

aftobben

Onvoltooid deelwoord

aftobbend

Voltooid deelwoord

afgetobd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.