Vervoeging van afstuderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstuderen
to graduate: successfully complete one's studies
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)studeer af
Verleden tijd (ik)studeerde af
Voltooid deelwoordafgestudeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord afstuderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik studeer af
jij studeert af (inversie: studeer af jij)
u studeert af
hij/zij/het studeert af
wij studeren af
jullie studeren af
zij studeren af

Verleden tijd

ik studeerde af
jij studeerde af
u studeerde af
hij/zij/het studeerde af
wij studeerden af
jullie studeerden af
zij studeerden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstudeer
(dat) jij afstudeert
(dat) u afstudeert
(dat) hij/zij/het afstudeert
(dat) wij afstuderen
(dat) jullie afstuderen
(dat) zij afstuderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstudeerde
(dat) jij afstudeerde
(dat) u afstudeerde
(dat) hij/zij/het afstudeerde
(dat) wij afstudeerden
(dat) jullie afstudeerden
(dat) zij afstudeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

studeer af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstuderen

Gerundium

afstuderen

Onvoltooid deelwoord

afstuderend

Voltooid deelwoord

afgestudeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.