Vervoeging van afstormen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstormen
to rush, to run at
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)storm af
Verleden tijd (ik)stormde af
Voltooid deelwoordafgestormd
Volledige vervoeging van het werkwoord afstormen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik storm af
jij stormt af (inversie: storm af jij)
u stormt af
hij/zij/het stormt af
wij stormen af
jullie stormen af
zij stormen af

Verleden tijd

ik stormde af
jij stormde af
u stormde af
hij/zij/het stormde af
wij stormden af
jullie stormden af
zij stormden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstorm
(dat) jij afstormt
(dat) u afstormt
(dat) hij/zij/het afstormt
(dat) wij afstormen
(dat) jullie afstormen
(dat) zij afstormen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstormde
(dat) jij afstormde
(dat) u afstormde
(dat) hij/zij/het afstormde
(dat) wij afstormden
(dat) jullie afstormden
(dat) zij afstormden

Gebiedende wijs

Imperatief

storm af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstormen

Gerundium

afstormen

Onvoltooid deelwoord

afstormend

Voltooid deelwoord

afgestormd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.