Vervoeging van afstijgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstijgen
to get down (especially from horses)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stijg af
Verleden tijd (ik)steeg af
Voltooid deelwoordafgestegen
Volledige vervoeging van het werkwoord afstijgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stijg af
jij stijgt af (inversie: stijg af jij)
u stijgt af
hij/zij/het stijgt af
wij stijgen af
jullie stijgen af
zij stijgen af

Verleden tijd

ik steeg af
jij steeg af
u steeg af
hij/zij/het steeg af
wij stegen af
jullie stegen af
zij stegen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstijg
(dat) jij afstijgt
(dat) u afstijgt
(dat) hij/zij/het afstijgt
(dat) wij afstijgen
(dat) jullie afstijgen
(dat) zij afstijgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afsteeg
(dat) jij afsteeg
(dat) u afsteeg
(dat) hij/zij/het afsteeg
(dat) wij afstegen
(dat) jullie afstegen
(dat) zij afstegen

Gebiedende wijs

Imperatief

stijg af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstijgen

Gerundium

afstijgen

Onvoltooid deelwoord

afstijgend

Voltooid deelwoord

afgestegen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.