Vervoeging van afstempelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstempelen
to stamp, to mark or check off by stamping (e.g. on a strippenkaart)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stempel af
Verleden tijd (ik)stempelde af
Voltooid deelwoordafgestempeld
Volledige vervoeging van het werkwoord afstempelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stempel af
jij stempelt af (inversie: stempel af jij)
u stempelt af
hij/zij/het stempelt af
wij stempelen af
jullie stempelen af
zij stempelen af

Verleden tijd

ik stempelde af
jij stempelde af
u stempelde af
hij/zij/het stempelde af
wij stempelden af
jullie stempelden af
zij stempelden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstempel
(dat) jij afstempelt
(dat) u afstempelt
(dat) hij/zij/het afstempelt
(dat) wij afstempelen
(dat) jullie afstempelen
(dat) zij afstempelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstempelde
(dat) jij afstempelde
(dat) u afstempelde
(dat) hij/zij/het afstempelde
(dat) wij afstempelden
(dat) jullie afstempelden
(dat) zij afstempelden

Gebiedende wijs

Imperatief

stempel af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstempelen

Gerundium

afstempelen

Onvoltooid deelwoord

afstempelend

Voltooid deelwoord

afgestempeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.