Vervoeging van afstemmen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstemmen
to coordinate
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stem af
Verleden tijd (ik)stemde af
Voltooid deelwoordafgestemd
Volledige vervoeging van het werkwoord afstemmen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stem af
jij stemt af (inversie: stem af jij)
u stemt af
hij/zij/het stemt af
wij stemmen af
jullie stemmen af
zij stemmen af

Verleden tijd

ik stemde af
jij stemde af
u stemde af
hij/zij/het stemde af
wij stemden af
jullie stemden af
zij stemden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstem
(dat) jij afstemt
(dat) u afstemt
(dat) hij/zij/het afstemt
(dat) wij afstemmen
(dat) jullie afstemmen
(dat) zij afstemmen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstemde
(dat) jij afstemde
(dat) u afstemde
(dat) hij/zij/het afstemde
(dat) wij afstemden
(dat) jullie afstemden
(dat) zij afstemden

Gebiedende wijs

Imperatief

stem af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstemmen

Gerundium

afstemmen

Onvoltooid deelwoord

afstemmend

Voltooid deelwoord

afgestemd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.