Vervoeging van afstammen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstammen
to descend, originate (from)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)stam af
Verleden tijd (ik)stamde af
Voltooid deelwoordafgestamd
Volledige vervoeging van het werkwoord afstammen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik stam af
jij stamt af (inversie: stam af jij)
u stamt af
hij/zij/het stamt af
wij stammen af
jullie stammen af
zij stammen af

Verleden tijd

ik stamde af
jij stamde af
u stamde af
hij/zij/het stamde af
wij stamden af
jullie stamden af
zij stamden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afstam
(dat) jij afstamt
(dat) u afstamt
(dat) hij/zij/het afstamt
(dat) wij afstammen
(dat) jullie afstammen
(dat) zij afstammen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstamde
(dat) jij afstamde
(dat) u afstamde
(dat) hij/zij/het afstamde
(dat) wij afstamden
(dat) jullie afstamden
(dat) zij afstamden

Gebiedende wijs

Imperatief

stam af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstammen

Gerundium

afstammen

Onvoltooid deelwoord

afstammend

Voltooid deelwoord

afgestamd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.