Vervoeging van afstaan

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afstaan
to relinquish, to give up
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)sta af
Verleden tijd (ik)stond af
Voltooid deelwoordafgestaan
Volledige vervoeging van het werkwoord afstaan: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sta af
jij staat af (inversie: sta af jij)
u staat af
hij/zij/het staat af
wij staan af
jullie staan af
zij staan af

Verleden tijd

ik stond af
jij stond af
u stond af
hij/zij/het stond af
wij stonden af
jullie stonden af
zij stonden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afsta
(dat) jij afstaat
(dat) u afstaat
(dat) hij/zij/het afstaat
(dat) wij afstaan
(dat) jullie afstaan
(dat) zij afstaan

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afstond
(dat) jij afstond
(dat) u afstond
(dat) hij/zij/het afstond
(dat) wij afstonden
(dat) jullie afstonden
(dat) zij afstonden

Gebiedende wijs

Imperatief

sta af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afstaan

Gerundium

afstaan

Onvoltooid deelwoord

afstaand

Voltooid deelwoord

afgestaan

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.