to excavate, to remove (material) from (by digging)
Tegenwoordige tijd (ik)spit af
Verleden tijd (ik)spitte af
Voltooid deelwoordafgespit
Volledige vervoeging van het werkwoord afspitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik spit af
jij spit af
u spit af
hij/zij/het spit af
wij spitten af
jullie spitten af
zij spitten af
Verleden tijd
ik spitte af
jij spitte af
u spitte af
hij/zij/het spitte af
wij spitten af
jullie spitten af
zij spitten af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afspit
(dat) jij afspit
(dat) u afspit
(dat) hij/zij/het afspit
(dat) wij afspitten
(dat) jullie afspitten
(dat) zij afspitten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afspitte
(dat) jij afspitte
(dat) u afspitte
(dat) hij/zij/het afspitte
(dat) wij afspitten
(dat) jullie afspitten
(dat) zij afspitten
Gebiedende wijs
Imperatief
spit af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afspitten
Gerundium
afspitten
Onvoltooid deelwoord
afspittend
Voltooid deelwoord
afgespit
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.