Vervoeging van afsmelten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afsmelten
to melt off
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)smelt af
Verleden tijd (ik)smolt af
Voltooid deelwoordafgesmolten
Volledige vervoeging van het werkwoord afsmelten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik smelt af
jij smelt af
u smelt af
hij/zij/het smelt af
wij smelten af
jullie smelten af
zij smelten af

Verleden tijd

ik smolt af
jij smolt af
u smolt af
hij/zij/het smolt af
wij smolten af
jullie smolten af
zij smolten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afsmelt
(dat) jij afsmelt
(dat) u afsmelt
(dat) hij/zij/het afsmelt
(dat) wij afsmelten
(dat) jullie afsmelten
(dat) zij afsmelten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afsmolt
(dat) jij afsmolt
(dat) u afsmolt
(dat) hij/zij/het afsmolt
(dat) wij afsmolten
(dat) jullie afsmolten
(dat) zij afsmolten

Gebiedende wijs

Imperatief

smelt af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afsmelten

Gerundium

afsmelten

Onvoltooid deelwoord

afsmeltend

Voltooid deelwoord

afgesmolten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.