to slim, to become slimmer
Tegenwoordige tijd (ik)slank af
Verleden tijd (ik)slankte af
Voltooid deelwoordafgeslankt
Volledige vervoeging van het werkwoord afslanken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik slank af
jij slankt af (inversie: slank af jij)
u slankt af
hij/zij/het slankt af
wij slanken af
jullie slanken af
zij slanken af
Verleden tijd
ik slankte af
jij slankte af
u slankte af
hij/zij/het slankte af
wij slankten af
jullie slankten af
zij slankten af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afslank
(dat) jij afslankt
(dat) u afslankt
(dat) hij/zij/het afslankt
(dat) wij afslanken
(dat) jullie afslanken
(dat) zij afslanken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afslankte
(dat) jij afslankte
(dat) u afslankte
(dat) hij/zij/het afslankte
(dat) wij afslankten
(dat) jullie afslankten
(dat) zij afslankten
Gebiedende wijs
Imperatief
slank af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afslanken
Gerundium
afslanken
Onvoltooid deelwoord
afslankend
Voltooid deelwoord
afgeslankt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.