Vervoeging van afsijpelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afsijpelen
to drip off, to drip down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)sijpel af
Verleden tijd (ik)sijpelde af
Voltooid deelwoordafgesijpeld
Volledige vervoeging van het werkwoord afsijpelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik sijpel af
jij sijpelt af (inversie: sijpel af jij)
u sijpelt af
hij/zij/het sijpelt af
wij sijpelen af
jullie sijpelen af
zij sijpelen af

Verleden tijd

ik sijpelde af
jij sijpelde af
u sijpelde af
hij/zij/het sijpelde af
wij sijpelden af
jullie sijpelden af
zij sijpelden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afsijpel
(dat) jij afsijpelt
(dat) u afsijpelt
(dat) hij/zij/het afsijpelt
(dat) wij afsijpelen
(dat) jullie afsijpelen
(dat) zij afsijpelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afsijpelde
(dat) jij afsijpelde
(dat) u afsijpelde
(dat) hij/zij/het afsijpelde
(dat) wij afsijpelden
(dat) jullie afsijpelden
(dat) zij afsijpelden

Gebiedende wijs

Imperatief

sijpel af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afsijpelen

Gerundium

afsijpelen

Onvoltooid deelwoord

afsijpelend

Voltooid deelwoord

afgesijpeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.