Vervoeging van afronden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afronden
to round up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)rond af
Verleden tijd (ik)rondde af
Voltooid deelwoordafgerond
Volledige vervoeging van het werkwoord afronden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rond af
jij rondt af (inversie: rond af jij)
u rondt af
hij/zij/het rondt af
wij ronden af
jullie ronden af
zij ronden af

Verleden tijd

ik rondde af
jij rondde af
u rondde af
hij/zij/het rondde af
wij rondden af
jullie rondden af
zij rondden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afrond
(dat) jij afrondt
(dat) u afrondt
(dat) hij/zij/het afrondt
(dat) wij afronden
(dat) jullie afronden
(dat) zij afronden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afrondde
(dat) jij afrondde
(dat) u afrondde
(dat) hij/zij/het afrondde
(dat) wij afrondden
(dat) jullie afrondden
(dat) zij afrondden

Gebiedende wijs

Imperatief

rond af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afronden

Gerundium

afronden

Onvoltooid deelwoord

afrondend

Voltooid deelwoord

afgerond

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.