Vervoeging van afraspen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afraspen
to grate off
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)rasp af
Verleden tijd (ik)raspte af
Voltooid deelwoordafgeraspt
Volledige vervoeging van het werkwoord afraspen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik rasp af
jij raspt af (inversie: rasp af jij)
u raspt af
hij/zij/het raspt af
wij raspen af
jullie raspen af
zij raspen af

Verleden tijd

ik raspte af
jij raspte af
u raspte af
hij/zij/het raspte af
wij raspten af
jullie raspten af
zij raspten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afrasp
(dat) jij afraspt
(dat) u afraspt
(dat) hij/zij/het afraspt
(dat) wij afraspen
(dat) jullie afraspen
(dat) zij afraspen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afraspte
(dat) jij afraspte
(dat) u afraspte
(dat) hij/zij/het afraspte
(dat) wij afraspten
(dat) jullie afraspten
(dat) zij afraspten

Gebiedende wijs

Imperatief

rasp af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afraspen

Gerundium

afraspen

Onvoltooid deelwoord

afraspend

Voltooid deelwoord

afgeraspt

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.