Vervoeging van afranselen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afranselen
to beat up
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)ransel af
Verleden tijd (ik)ranselde af
Voltooid deelwoordafgeranseld
Volledige vervoeging van het werkwoord afranselen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik ransel af
jij ranselt af (inversie: ransel af jij)
u ranselt af
hij/zij/het ranselt af
wij ranselen af
jullie ranselen af
zij ranselen af

Verleden tijd

ik ranselde af
jij ranselde af
u ranselde af
hij/zij/het ranselde af
wij ranselden af
jullie ranselden af
zij ranselden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afransel
(dat) jij afranselt
(dat) u afranselt
(dat) hij/zij/het afranselt
(dat) wij afranselen
(dat) jullie afranselen
(dat) zij afranselen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afranselde
(dat) jij afranselde
(dat) u afranselde
(dat) hij/zij/het afranselde
(dat) wij afranselden
(dat) jullie afranselden
(dat) zij afranselden

Gebiedende wijs

Imperatief

ransel af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afranselen

Gerundium

afranselen

Onvoltooid deelwoord

afranselend

Voltooid deelwoord

afgeranseld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.